Home > Home > Woensdag > Rode Draad

Rode Draad

Alle fantasiefiguren zijn op het eiland lekker aan het genieten van hun veiligheid; Rupsje Nooitgenoeg is lekker aan het knabbelen, en de prins en de prinses liggen lekker te zonnen op hun handdoekje. Plots komt er een klein duiveltje te voorschijn die de iedereen laat schrikken. En zo snel als het duiveltje verscheen, zo vlug was het al weer verdwenen.

De prinses is erg geschrokken, maar de schrijfster stelt haar en de kinderen gerust. Het is immers ook een van haar fantasiefiguren. Ze legt uit dat elk verhaal met een goede kant ook een slechte kant heeft en dat er daarom ook slechte figuren op het eiland kunnen komen.

De figuren vragen zich af hoe het met de schrijfster gaat, ze is nog een beetje slapjes en weet nog steeds niet goed wie de prins en de prinses nu zijn. Rupsje maakt zich zorgen en hoopt dat de slimme professor maar snel komt om de schrijfster weer beter te maken.

De professor is aangekomen en wordt door Joris naar het eiland gebracht. Hij heeft een grote doos met vernuftige snufjes meegebracht, waarmee hij kan uitvinden wat er met de schrijfster aan de hand is.

De professor onderzoekt de schrijfster en vertelt haar dat ze lijdt aan een mysterieuze ziekte, waardoor ze haar werk niet goed kan doen en dat deze met de minuut erger lijkt te worden.

Hij heeft tijd nodig om een oplossing te vinden en wijst de prins en de prinses aan als vrijwilligers om hem te helpen.

Rupsje en de schrijfster gaan vast aan het ontbijt en de professor en de prins en prinses blijven achter op het strand. Daar blijkt dat deze drie helemaal niet zo’n  goede plannen hebben met de schrijfster. Sterker nog ze willen het vervagen van de fantasie alleen maar versnellen!

Tijdens hun geheimzinnige gesprek worden ze gestoord door Rupsje waardoor de prins en de prinses hun dekmantel kwijt zijn. Ze zijn nu genoodzaakt om andere pakken te zoeken zodat ze niet meer opvallen. De professor verlaat het eiland om op zoek te gaan naar nieuwe pakken en de prins en prinses schuiven aan bij het ontbijt.

Na een dag vol spelletjestochten en puzzels zien we de  prins en de prinses terug op het eiland, maar er is iets geks met ze aan de hand. De prinses is ineens wel heel erg groot en de prins lijkt juist wel gekrompen. Ze praten ook heel gek ineens, de prins heeft een hoog stemmetje en de prinses een hele diepe stem. Dan komt de professor terug en mompelt in zichzelf dat de kostuumverhuur niet open was en dat hij benieuwd is wat voor andere pakken de prins en prinses hebben gevonden om op iemand anders te lijken.

Wanneer hij de prins en prinses ziet, weet hij meteen wat er aan de hand is en wordt heel erg boos. De prinses heeft het harnas van de prins aangetrokken en de prins heeft zich in de jurk van de prinses gewerkt. Ondanks deze vermomming vind de professor dat ze nog veel te veel op zichzelf lijken. Daarom leert hij de prins met een hoog stemmetje praten en sierlijk buigen, zodat niemand zal zien dat het eigenlijk de stoere ridder is. De prinses krijgt instructie om heel laag te praten en stoer te lopen, zodat niemand zal zien dat er een vrouw in het harnas zit.

Op het eiland is ook een indrukwekkend apparaat verschenen, met allerlei lampjes en een stoel eronder. De professor vertelt dat dit zijn hersen-zuig-machine is, waarmee hij alle fantasie uit de hersenen van de schrijfster wil zuigen. Dan roept hij haar er bij en zegt dat hij medicijnen gevonden heeft voor haar ziekte. Hij haalt twee grote pillen tevoorschijn waarvan hij er een aan de schrijfster geeft. Rupsje Nooitgenoeg eet ongemerkt de andere pil op maar merkt er niets van.

De schrijfster wordt door de professor vastgemaakt aan de stoel onder de hersen-zuig-machine. Dan draait hij aan de knoppen van de machine en er beginnen allerlei lampjes te knipperen en er komt rook uit de machine. Na een tijdje verdwijnt de rook en wordt de schrijfster losgemaakt voelt zij zich meteen iets beter. De professor stelt voor om voor de zekerheid later nog een tweede behandeling te doen.

Alle figuren gaan terug hun tentje in om hun bedje in orde te maken, behalve Rupsje Nooitgenoeg. Rupsje vertelt de kinderen dat de schrijfster nog veel sneller beter kan worden als er heel veel getekend, geknutseld, gezongen en gedanst wordt door alle kinderen en hun ouders. Daarom vraagt Rupsje of ze dit thuis zo veel mogelijk willen doen.